ECLI:NL:RBGRO:2010:BL2835
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Duitse rechter bij ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst werknemer woonachtig in Duitsland
De zaak betreft een verzoek van Van der Plas B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer S., die in Duitsland woont en zijn werkzaamheden daar verrichtte. Van der Plas stelt dat de arbeidsrelatie onherstelbaar is verstoord en wenst de arbeidsovereenkomst op korte termijn te beëindigen. S. voert verweer en betwist de bevoegdheid van de Nederlandse kantonrechter op grond van de EEX-Verordening.
De kantonrechter overweegt dat volgens artikel 20 van Pro de EEX-Verordening de rechter van de lidstaat waar de werknemer woont bevoegd is om over het ontbindingsverzoek te oordelen. Aangezien S. in Duitsland woont, is de Duitse rechter bevoegd. Van der Plas betoogt dat er sprake is van samenhangende vorderingen met een lopende kortgedingprocedure bij de Nederlandse kantonrechter, maar dit wordt verworpen omdat er geen nauwe band bestaat die gelijktijdige behandeling vereist.
De kantonrechter verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het ontbindingsverzoek en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak bevestigt de toepassing van de EEX-Verordening op grensoverschrijdende arbeidsrechtelijke geschillen.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het ontbindingsverzoek en compenseert de proceskosten.