ECLI:NL:RBGRO:2010:BL4371
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid in opdracht tot brandonderzoek
In deze zaak staat centraal of J., de vader van de bestuurders van Horecabedrijven, bevoegd was om de vennootschap te binden door opdracht te geven aan DGMR voor een onderzoek naar de oorzaak van een brand in de horecagelegenheid Turkish Delight.
Hoewel J. volgens het handelsregister niet bevoegd was, heeft de kantonrechter geoordeeld dat Horecabedrijven door haar handelen en nalaten de toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gewekt. Dit blijkt onder meer uit het gebruik van het briefpapier van Horecabedrijven door J., het niet tijdig betwisten van facturen en het verschijnen van J. ter zitting.
De kantonrechter heeft Horecabedrijven toegelaten tot bewijslevering dat J. namens een derde, mevrouw K., zou hebben gehandeld. De zaak is verwezen naar een rolzitting om partijen in de gelegenheid te stellen zich over het bewijs uit te laten en getuigen te horen. Verdere beslissingen zijn aangehouden.
Uitkomst: Horecabedrijven wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent de vertegenwoordigingsbevoegdheid van J. en de zaak wordt verwezen voor nadere behandeling.