ECLI:NL:RBGRO:2010:BL4565
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adoptieverzoek ongeboren kind bij kunstmatige inseminatie in België
Verzoekster en belanghebbende, een lesbisch koppel, wensten gezamenlijk het ouderschap van een kind dat door kunstmatige inseminatie met donorzaad in België werd verwekt, vast te stellen via adoptie. De behandeling vond plaats in België vanwege lange wachtlijsten in Nederland en het tekort aan donoren na wetswijzigingen. De anonimiteit van de donor werd overeengekomen, wat in strijd is met de Nederlandse Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
De rechtbank erkent dat het in het belang van het kind is dat het twee ouders heeft die het opvoeden en verzorging bieden. De adoptievoorwaarden volgens het Burgerlijk Wetboek zijn grotendeels vervuld, en de verklaring van het Belgische ziekenhuis werd gelijkgesteld aan de vereiste verklaring volgens de Nederlandse wet. De onbekendheid met de donoridentiteit leidt niet tot afwijzing van het adoptieverzoek.
Echter, de rechtbank oordeelt dat adoptie niet vóór de geboorte kan worden uitgesproken omdat de identiteit van het kind dan niet kan worden vastgesteld, wat essentieel is voor de adoptie. Daarom wordt het verzoek tot adoptie vóór geboorte afgewezen, terwijl de beslissing over de adoptie na geboorte wordt aangehouden in afwachting van de geboorteakte.
Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van het ongeboren kind wordt afgewezen omdat adoptie niet vóór geboorte kan worden uitgesproken.