ECLI:NL:RBGRO:2010:BL7230
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning met gedeeltelijk in stand laten rechtsgevolgen
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van verweerder waarbij ontheffingen werden verleend voor het overschrijden van de achtergevelrooilijn en het ontbreken van het voorgeschreven achtererf bij een bouwvergunning voor een woning in Bedum.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten tijde van de heroverweging in bezwaar niet bevoegd was om ontheffingen op grond van de Bouwverordening te verlenen, omdat het nieuwe bestemmingsplan van kracht was geworden. Hierdoor was het beroep van eiser gegrond en werd het besluit vernietigd.
Desondanks bepaalde de rechtbank op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit gedeeltelijk in stand konden blijven, namelijk voor zover het de bouwvergunning betreft. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De rechtbank ging ook in op het geschil over het welstandsadvies, waarbij het advies van de welstandscommissie doorslaggevend werd geacht ondanks een deskundig tegenadvies. De toetsing vond ex nunc plaats, waarbij het gewijzigde bestemmingsplan leidend was.
De uitspraak benadrukt het belang van juiste bevoegdheidsuitoefening en motivering bij het verlenen van bouwvergunningen en ontheffingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de bouwvergunning blijven gedeeltelijk in stand.