ECLI:NL:RBGRO:2010:BL7973
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. van Weringh
- F.J. Agema
- K.R. Bosker
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag met mes
Op 17 januari 2009 werd verdachte in zijn woning geconfronteerd met twee personen waarmee hij eerder die avond onenigheid had gehad. Na een woordenwisseling en fysieke confrontatie trok verdachte een mes en stak hij de aangevers in de buik. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorwaardelijk opzet op de dood handelde, maar het misdrijf niet heeft voltooid.
De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte uit zelfverdediging handelde. De rechtbank concludeerde dat verdachte de grenzen van noodzakelijke verdediging overschreed, omdat het geweld niet proportioneel was en er minder ingrijpende middelen beschikbaar waren. Echter, het beroep op noodweerexces slaagde omdat verdachte handelde onder invloed van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de wederrechtelijke aanranding.
De rechtbank ontsloeg verdachte daarom van alle rechtsvervolging. Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vervolging wegens gebrek aan bewijs van vormverzuim. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen op 18 maart 2010.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag met mes.