ECLI:NL:RBGRO:2010:BL8016
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verlenging huisverbod wegens dreiging van huiselijk geweld niet onrechtmatig verklaard
De burgemeester van Hoogezand-Sappemeer verlengde het huisverbod tegen verzoeker op grond van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) vanwege een aanhoudende dreiging van huiselijk geweld jegens zijn echtgenote en minderjarige kinderen. Verzoeker stelde dat het besluit onrechtmatig was en dat er geen sprake was van een ernstig of onmiddellijk gevaar. De rechtbank oordeelde dat de motivering van het besluit, hoewel summier, voldoende was en dat de burgemeester zijn discretionaire bevoegdheid tot verlenging van het huisverbod in redelijkheid had uitgeoefend.
De rechtbank nam het advies van het Advies en steunpunt huiselijk geweld en de verklaringen van belanghebbende mee in haar beoordeling. Hieruit bleek dat de boosheid van verzoeker niet was afgenomen, hij geen inzicht toonde in zijn gedrag en de veiligheid van de kinderen nog steeds in gevaar was. Verzoeker had ook geen concreet hulpverleningstraject opgestart. De rechtbank stelde dat het huisverbod een inperking van grondrechten is en dat daarom zware eisen aan de motivering moeten worden gesteld, maar vond dat aan deze eisen was voldaan.
Het beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, mr. M.P. den Hollander, op 17 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.