ECLI:NL:RBGRO:2010:BL9060
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke veroordeling tot betaling achterstallige huur wegens niet-ontvangen opzeggingsbrief
In deze zaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst rechtsgeldig was opgezegd door de huurder Q. en R. De kantonrechter stelde vast dat de huurder niet had bewezen dat de aangetekende opzeggingsbrief de verhuurder daadwerkelijk had bereikt, terwijl het vormvoorschrift juist zekerheid moet bieden over het tijdstip en de tijdigheid van de opzegging.
De huurder voerde aan dat de verhuurder bekend was met haar wens om de huurovereenkomst zo spoedig mogelijk te beëindigen, maar dit werd door de verhuurder betwist en niet met bewijs onderbouwd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de opzegging tijdig en rechtsgeldig had plaatsgevonden.
Verder werd de huurprijs en de indexering van 5% vastgesteld, waarbij de kantonrechter het standpunt van de huurder dat geen indexering was afgesproken verwierp. De huurachterstand werd berekend over 2007 en 2008, waarna Q. en R. hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van € 30.574,07 plus wettelijke handelsrente.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen omdat deze niet voldoende was onderbouwd en niet in het petitum was opgenomen. De kosten van de procedure werden aan de huurder opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Q. en R. worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 30.574,07 achterstallige huur plus wettelijke rente en proceskosten.