ECLI:NL:RBGRO:2010:BL9843
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste uitbetaling WAO-uitkering aan instelling volgens artikel 54 lid 2 WAO
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om zijn WAO-uitkering met terugwerkende kracht aan de Van Mesdagkliniek uit te betalen en te verrekenen met andere klinieken. De rechtbank oordeelt dat artikel 54, tweede lid, van de WAO alleen voorziet in uitbetaling aan een instelling indien de uitkering gelijktijdig wordt ontvangen en de instelling tijdig een schriftelijk verzoek indient.
In dit geval is het verzoek van de Van Mesdagkliniek pas na het primaire besluit ingediend, waardoor verweerder niet bevoegd was om met terugwerkende kracht uit te betalen aan deze instelling. De rechtbank stelt dat het surplus na verrekening zonder wettelijke grondslag aan eiser moet worden uitbetaald.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder binnen tien weken opnieuw te beslissen op het bezwaar, met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank benadrukt het belang van tijdige en schriftelijke verzoeken door instellingen voor uitbetaling van WAO-uitkeringen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot uitbetaling van de WAO-uitkering aan de Van Mesdagkliniek wordt vernietigd.