ECLI:NL:RBGRO:2010:BM3904
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning ongeboren kind en voorlopige ondertoezichtstelling
De man verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming tot erkenning van het ongeboren kind, omdat de moeder dit weigert vanwege haar wens het kind na de geboorte ter adoptie af te staan. De moeder woont op kamers, studeert en heeft geen eigen inkomen, en acht het opvoeden van het kind geen optie. De man stelt dat hij het kind zelf wil opvoeden en voldoende stabiele omstandigheden biedt.
De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming benadrukken het belang van het kind en verzoeken om een spoedonderzoek en voorlopige ondertoezichtstelling. De rechtbank overweegt dat erkenning in principe in het belang van het kind is, en dat de emotionele bezwaren van de moeder onvoldoende onderbouwd zijn om erkenning te weigeren.
Gezien de complexe situatie en de ingrijpende keuzes die de ouders moeten maken, stelt de rechtbank het ongeboren kind voorlopig onder toezicht voor drie maanden en draagt dit op aan het bureau jeugdzorg. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming tot erkenning van het ongeboren kind en stelt het kind voorlopig onder toezicht voor drie maanden.