ECLI:NL:RBGRO:2010:BM6853
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adoptie vóór geboorte en toewijzing adoptie na geboorte door partner van moeder
Verzoeksters, een gehuwd lesbisch stel, vroegen de rechtbank om de adoptie uit te spreken van het ongeboren kind van verzoekster A, verwekt via kunstmatige inseminatie met donorzaad van een bekende donor.
De rechtbank stelde vast dat artikel 1:230 lid 2 BW Pro geen ruimte biedt voor adoptie vóór de geboorte, omdat de identiteit van het kind dan nog niet kan worden vastgesteld, wat essentieel is voor adoptie. De rechtbank wees het verzoek tot adoptie vóór geboorte daarom af.
Na ontvangst van de geboorteakte van het kind op 29 december 2009, sprak de rechtbank de adoptie uit door verzoekster B, de partner van de moeder, omdat aan alle wettelijke voorwaarden was voldaan en dit in het belang van het kind was.
Het verzoek tot gezamenlijk gezag over het ongeboren kind werd afgewezen, aangezien verzoeksters reeds gezamenlijk gezag hebben volgens artikel 1:253sa BW.
De uitspraak bevestigt de wettelijke regeling dat adoptie terugwerkt tot de geboorte, maar niet eerder kan worden uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst adoptie vóór geboorte af en spreekt de adoptie uit na geboorte door de partner van de moeder.