ECLI:NL:RBGRO:2010:BM6961
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vrijwaring tegen Groninger Kredietbank in zorgkostenzaak
In deze civiele procedure vordert Q. dat de Groninger Kredietbank (GKB) wordt veroordeeld tot betaling van de kosten die hij in de hoofdzaak aan Menzis verschuldigd is. De hoofdzaak betreft onbetaalde tandartskosten van €408,31 die Menzis aan Q. heeft gefactureerd na een tandheelkundige behandeling in november 2007.
De rechtbank stelt vast dat Q. de kosten niet heeft voldaan en dat hij gehouden is deze alsnog te betalen aan Menzis. De vordering tot betaling van rente wordt toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat deze niet voldoende onderbouwd zijn. Q. betwist ontvangst van aanmaningen, maar de rechtbank gaat ervan uit dat deze hem wel hebben bereikt.
In de vrijwaringszaak is de vraag of de GKB aansprakelijk is voor de kosten. Partijen hebben een overeenkomst tot budgetbeheer gesloten waarbij de GKB namens Q. betalingen verricht met diens gelden. De rechtbank oordeelt dat de GKB niet aansprakelijk is voor de kosten, tenzij vooraf een specifieke afspraak was gemaakt dat de GKB ook kosten zou betalen die het budget te boven gaan. Dit is niet komen vast te staan. Daarom wordt de vordering tot vrijwaring afgewezen.
Q. wordt veroordeeld tot betaling van de kosten in beide procedures. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot vrijwaring tegen de Groninger Kredietbank wordt afgewezen en Q. wordt veroordeeld tot betaling van de zorgkosten aan Menzis met rente en proceskosten.