ECLI:NL:RBGRO:2010:BM9505
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- W.J.A.M. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kort geding over opheffing conservatoir beslag en borgtochtverplichtingen bij beëindiging franchiseovereenkomst
In deze zaak staat centraal de vraag of het conservatoir beslag, gelegd door JMD en Plassania onder Heineken en [C], opgeheven moet worden. Heineken vordert betaling van een borgtochtbedrag van EUR 1.562.528,20 en opheffing van het beslag. JMD en aanverwante partijen stellen dat Heineken en haar dochteronderneming BCN toerekenbaar tekort zijn geschoten door het plotseling beëindigen van de Loca-formule, waardoor zij schade zouden hebben geleden.
De rechtbank stelt vast dat de Loca-formule geen succes was en dat er geen aannemelijke schade is onderbouwd door JMD. De sloopkosten betreffen Plassania en de overige schadeposten zijn onvoldoende gespecificeerd of aannemelijk gemaakt. Ook is niet gebleken dat Heineken onrechtmatig heeft gehandeld jegens JMD of dat BCN en Heineken als één entiteit kunnen worden gezien.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering tot opheffing van het conservatoir beslag toewijsbaar is, omdat de vordering van JMD ondeugdelijk is onderbouwd. Tevens wordt geoordeeld dat JMD, [B] en [C] gehouden zijn tot betaling van het borgtochtbedrag aan Heineken en dat zij zich niet kunnen beroepen op opschorting of verrekening. De proceskosten worden aan JMD, [B], [C] en Plassania opgelegd.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven en gedaagden worden veroordeeld tot betaling van het borgtochtbedrag aan Heineken.