ECLI:NL:RBGRO:2010:BN0720
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Op 20 mei 2010 dienden partijen [A] en [B] een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter mr. P.W.Th. Buijtenhuijs tijdens een zitting bij de rechtbank Groningen. Zij stelden dat de rechter blijk had gegeven van vooringenomenheid, met name door het niet uitdrukkelijk toetsen van een schriftelijke aanwijzing van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het ontbreken van een gemotiveerde tussenbeschikking.
De rechtbank overwoog dat de toetsing van een wrakingsverzoek plaatsvindt aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. De rechtbank concludeerde dat de aangevoerde motiveringsgebreken en het ontbreken van een tussenbeschikking onvoldoende concreet bewijs vormen voor vooringenomenheid.
De rechtbank benadrukte dat motiveringsgebreken niet in een wrakingsprocedure aan de orde kunnen worden gesteld, maar in hoger beroep. De vermeende onzorgvuldigheden rechtvaardigen geen conclusie van partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Buijtenhuijs is afgewezen wegens het ontbreken van voldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.