ECLI:NL:RBGRO:2010:BN3540
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling loon na ontslag op staande voet wegens bezit kinderporno
Q., docent bij Stichting Hanzehogeschool Groningen (SHG), werd op 12 april 2010 ontslagen op staande voet nadat hij door de strafrechter was veroordeeld wegens bezit van kinderporno op een door SHG ter beschikking gestelde computer.
Q. vorderde in kort geding betaling van zijn loon vanaf de ontslagdatum, stellende dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en daarom onrechtmatig was. SHG beriep zich op het strafvonnis en de dringende reden voor ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel SHG al sinds 2006 op de hoogte was van het strafrechtelijk onderzoek, het ontslag pas op 12 april 2010, direct na het vonnis, onverwijld is gegeven. Het enkele vermoeden van een strafbaar feit rechtvaardigt geen ontslag op staande voet.
Verder achtte de rechter de bewezenverklaring van opzet op bezit kinderporno voldoende grond voor ontslag op staande voet. Ook al was het vonnis nog niet onherroepelijk, woog het maatschappelijke belang van de onderwijsinstelling zwaarder.
De vordering van Q. tot loonbetaling werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van loon na ontslag op staande voet wegens bezit kinderporno is afgewezen.