ECLI:NL:RBGRO:2010:BN3767
Rechtbank Groningen
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar gegrond tegen DNA-afname bij veroordeling poging doodslag met auto
Veroordeelde is bij vonnis veroordeeld voor poging tot doodslag door met een auto iemand aan te rijden. Tegen het bevel tot DNA-afname heeft hij bezwaar gemaakt. De raadsman voerde aan dat het misdrijf, gezien de aard en omstandigheden, niet relevant is voor het voorkomen, opsporen en vervolgen van toekomstige strafbare feiten van veroordeelde.
De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat verkeersmisdrijven, ook poging tot doodslag, geen uitzondering vormen op de wettelijke verplichting tot DNA-afname. De rechtbank oordeelt echter dat het delict sterk situatief was, mede doordat het een uit de hand gelopen verkeersconflict betrof waarbij ook het slachtoffer een aandeel had.
Daarnaast is veroordeelde een first offender en op leeftijd, en is de kans op herhaling laag. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis voor de opsporing en vervolging van toekomstige strafbare feiten. Het bezwaar wordt daarom gegrond verklaard en het celmateriaal moet worden vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen DNA-afname is gegrond verklaard en het celmateriaal van veroordeelde wordt vernietigd.