ECLI:NL:RBGRO:2010:BN5203
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- P. Schadd-de Boer
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzoek tot ontkenning vaderschap op grond van DNA-onderzoek
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot ontkenning van het vaderschap van verweerder, dat zij binnen drie jaar na het bereiken van meerderjarigheid heeft gedaan. De moeder van verzoekster was gehuwd met verweerder, maar zij woonden nooit samen en verweerder heeft geen bijdrage geleverd aan de verweking van verzoekster.
DNA-onderzoek heeft met een zekerheid van meer dan 99,9999599% aangetoond dat verweerder niet de biologische vader is van verzoekster. Verzoekster wenst het vaderschap te ontkennen en de biologische vader heeft verklaard haar te willen erkennen. De rechtbank oordeelt dat het verzoek ontvankelijk is omdat het binnen de wettelijke termijn is ingediend.
Op grond van het DNA-onderzoek en de niet weersproken stellingen en verklaringen tijdens de zitting, stelt de rechtbank vast dat verweerder niet de biologische vader is. Daarom wordt het verzoek tot ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap is gegrond verklaard en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.