ECLI:NL:RBGRO:2010:BN8510
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing doorbetaling salaris en wedertewerkstelling statutair bestuurder ondanks ontslag
Q. trad in juli 2006 in dienst bij LPF als algemeen directeur en werd in mei 2010 operations director binnen een nieuwe business unit. Op 27 juli 2010 werd hij geconfronteerd met een ontslagvoornemen, waarna hij werd vrijgesteld van werkzaamheden en de toegang tot het bedrijf werd ontzegd. LPF stelde dat Q. statutair directeur was en rechtsgeldig ontslagen kon worden, terwijl Q. dit betwistte.
De kantonrechter laat de vraag of Q. statutair directeur was in het midden, maar stelt vast dat vanaf mei 2010 het statutair bestuurderschap geen werkelijke rol meer speelde. Hierdoor is het ontslagbesluit als statutair bestuurder niet automatisch beëindiging van de dienstbetrekking. Omdat LPF geen toestemming had gevraagd voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, is het ontslag niet rechtsgeldig.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Q. toe om het salaris door te betalen en hem wedertewerkstelling te bieden, met een gematigde dwangsom voor LPF bij niet-naleving. De belangenafweging leidt tot toewijzing van wedertewerkstelling gezien de functie en omstandigheden. LPF wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: LPF wordt veroordeeld tot doorbetaling van salaris en wedertewerkstelling van Q. als operations director.