ECLI:NL:RBGRO:2010:BN9169

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
21 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
463535 BM VERZ 10-2524
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:432 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling wegens voldoende zelfbeheer financiële belangen

De verzoekende partij heeft een verzoek ingediend tot onderbewindstelling van zijn goederen. Tijdens de zitting is gebleken dat de verzoeker het verzoekschrift wel heeft ondertekend, maar dat het initiatief vooral van de kredietbank kwam. De verzoeker heeft niet definitief toestemming gegeven voor het indienen van het verzoek en wil nu zelf zijn financiën beheren met enige begeleiding.

De kredietbank had aangegeven dat bij weigering van onderbewindstelling het budgetbeheer niet langer beschikbaar zou zijn. De begeleider van de verzoeker, namens Stichting De Zijlen, heeft bevestigd dat begeleiding bij zelfbeheer mogelijk is. De situatie van de verzoeker is stabiel, zonder schulden en met een goede baan.

De kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende reden is om een bewind in te stellen, omdat de verzoeker zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk kan behartigen. Het verzoek tot onderbewindstelling wordt daarom afgewezen en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het verzoek tot onderbewindstelling wordt afgewezen omdat de verzoeker zijn financiële belangen met begeleiding voldoende kan beheren.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 463535 BM VERZ 10-2524
beschikking d.d. 21 september 2010
inzake
Q., geboren te Marum op [datum],
wonende te [adres],
hierna te noemen de verzoekende partij dan wel de rechthebbende.
PROCESGANG:
Op 28 juni 2010 heeft de verzoekende partij een verzoekschrift met bijlagen ter griffie ingediend, strekkende tot instelling van een bewind over de goederen die hem (zullen) toebehoren.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting. Verschenen is de rechthebbende vergezeld van zijn begeleider de heer X. van Stichting De Zijlen.
RECHTSOVERWEGINGEN:
Uit de stukken en behandeling ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
De rechthebbende heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij weliswaar het verzoekschrift tot zijn onderbewindstelling heeft ondertekend maar dat het initiatief daartoe meer van de Groninger Kredietbank kwam. Hij heeft ook niet definitief toestemming gegeven om het verzoekschrift in te dienen. De Groninger Kredietbank heeft aan de rechthebbende aangegeven dat, indien hij niet akkoord gaat met een onderbewindstelling, hij ook niet langer gebruik kan maken van het budgetbeheer van de dienst. De rechthebbende wil thans graag zelf zijn financiën beheren. Hij acht zichzelf daartoe, met enige begeleiding, voldoende in staat. De heer X. heeft aangegeven dat Stichting De Zijlen de rechthebbende zal begeleiden als hij zelf het beheer over zijn financiën krijgt. De situatie van rechthebbende is op dit moment stabiel, er zijn geen schulden en de rechthebbende heeft een goede baan.
Dit alles leidt ertoe dat de kantonrechter van oordeel is dat er op dit moment onvoldoende reden is om een bewind over de rechthebbende uit te spreken. Het verzoek tot onderbewindstelling zal worden afgewezen.
BESLISSING:
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.J.J. Smits, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 21 september 2010 in aanwezigheid van de griffier.
typ: jb
Beschikking verzonden op:
Tegen deze eindbeschikking is hoger beroep mogelijk. Door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof te Leeuwarden.