ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2532

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
8 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
423073 / 09-14954
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.Tj. Terpstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 861/2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting contractspartij en annulering overeenkomst BahnCard in grensoverschrijdende kleine vordering

Eiser Q. bestelde per abuis op 9 juli 2009 een BahnCard 50 bij Deutsche Bahn AG en betaalde hiervoor. Direct na de bestelling probeerde hij de overeenkomst te annuleren en stuurde de ontvangen kaart retour. Deutsche Bahn AG stelt echter dat zij niet de contractspartij is, maar DB Fernverkehr AG, en weigert terugbetaling.

De kantonrechter toetst of de vordering binnen de Europese procedure voor geringe vorderingen valt en bevestigt zijn bevoegdheid. De kernvraag betreft de identiteit van de contractspartij bij de online bestelling, waarbij verwarring bestaat door verschillende genoemde entiteiten in e-mails en correspondentie.

De kantonrechter acht de situatie onduidelijk en geeft Deutsche Bahn AG de gelegenheid om uiterlijk 5 april 2010 schriftelijk te verduidelijken hoe het contract via internet tot stand komt en wie de contractspartij is. De verdere beslissing wordt aangehouden tot ontvangst van deze informatie.

Uitkomst: Beslissing aangehouden en Deutsche Bahn AG verzocht om nadere informatie over contractspartij voor 5 april 2010.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaaknummer: 423073/09-14954
8 maart 2010
Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007 in de zaak van:
Q.,
wonende te [adres],
eisende partij, hierna te noemen Q.,
in persoon procederende,
tegen
Deutsche Bahn AG,
gevestigd te Berlin 10785, Lennéstraat 5, Duitsland,
verwerende partij, hierna te noemen Deutsche Bahn AG,
gemachtigde mr. Herrn Thomas Schaar.
Procedure
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
het standaard vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ingekomen ter griffie op 11 augustus 2009 aangevuld met bijlagen;
het door Deutsche Bahn AG ingevulde en geretourneerde antwoordformulier (formulier C van bijlage III van de Verordening), ingekomen ter griffie op 15 december 2009.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.
Vordering
1.1 Q. legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. Hij heeft op 9 juli 2009 per abuis een Bahncard 50 besteld bij de Deutsche Bahn (www.db.de) en betaald. Het betreft een kortingsabonnement. Hij heeft direct contact opgenomen met Deutsche Bahn AG om de overeenkomst te annuleren. Vervolgens werd hem gevraagd om bankrekeninggegevens op te sturen opdat het aankoopbedrag kon worden teruggestuurd. Op een zeker moment ontving hij tegenstrijdige berichten en werd hem medegedeeld dat hij het aankoopbedrag niet terug zou krijgen. Hij heeft de Bahnkaart inmiddels ontvangen en retour gestuurd. Hij stelt dat hij recht heeft om de overeenkomst te annuleren. Hij vordert ter zake een bedrag van € 450,00.
Verweer
2.1 Deutsche Bahn AG voert aan dat zij geen BahnCard uitgeeft en dat zij derhalve geen verantwoordelijkheid heeft voor wat betreft de vordering. De BahnCard wordt uitgegeven door DB Fernverkehr AG die ook de ook de contractspartner van Q. is.
2.2 Deutsche Bahn AG verwijst ter zake naar een e-mail van 20 juli 2009 die Q. heeft overgelegd en die vertaald als volgt luidt:
Als u vragen hebt of informatie wilt hebben over ander BahnCard-onderwerpen, stuur ons dan een brief aan DB Fernverkehr AG, BahnCard-Service, D-60643 Frankfurt am Main of een e-mail aan bahncard-service@bahn.de. (...)
Beoordeling
3.1 De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 2.000,--, behoudens de in artikel 2 van Pro de Verordening genoemde uitzonderingen.
3.2 De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt en dat hij bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
3.3 De vraag is aan de orde of Deutsche Bahn AG als contractspartij van Q. kan worden aangemerkt.
3.4 De eerste e-mail aan Q. van 9 juli 2009 is afkomstig van fahrkartenservice@bahn.de en wordt ondertekend door www.bahn.de en DB Vertrieb GmbH. Deze rechtspersoon wordt ook genoemd in de e-mails van 11, 12 en 13 juli 2009.
In de e-mail van 20 juli 2009 aan Q. van Bahncard-Service@bahn.de staat dat Q. voor informatie en vragen met DB Fernverkehr AG contact dient op te nemen. Daarbij wordt het e-mailadres bahncard-service@bahn.de genoemd.
3.5 De kantonrechter acht het voorgaande zeer verwarrend. Deutsche Bahn AG moet de kantonrechter daarom informeren over de wijze van het contracteren via internet en de kenbaarheid bij de consument wie de contractspartij is. Eén en ander dient zij uiterlijk voor 5 april 2010 bij de griffie van deze rechtbank in te dienen.
Beslissing
De kantonrechter:
stelt Deutsche Bahn AG in de gelegenheid zich uiterlijk voor 5 april 2010 uit te laten als hiervoor in rechtsoverweging 3.5 omschreven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. R.Tj. Terpstra en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2009.