ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5307

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
13 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
455394 CV EXPL 10-8665
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:123 AwbArt. 438 RvArt. 99 RvArt. 1:14 BWArt. 2:1 BW
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij verzet tegen dwangbevel studiefinanciering

In deze zaak is Q. in verzet gekomen tegen een dwangbevel studiefinanciering dat door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), een agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, is uitgevaardigd. De Staat stelde een incidentele exceptie van onbevoegdheid in, omdat de bevoegdheid van de kantonrechter ter discussie stond.

De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 4:123 Awb Pro en artikel 438 Rv Pro geschillen over executie worden behandeld door de rechtbank die volgens de gewone regels bevoegd is. De gewone regels, zoals neergelegd in artikelen 99 tot en met 109 Rv, bepalen dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Omdat DUO in Groningen is gevestigd en het dwangbevel door DUO is uitgevaardigd, geldt dat de Staat mede een filiaal in Groningen heeft, waardoor de kantonrechter te Groningen bevoegd is.

Daarnaast is het van belang dat het hier gaat om een vordering van minder dan € 5.000,00, waardoor de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Omdat Q. niet heeft gereageerd op de exceptie van onbevoegdheid, werd deze verworpen. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten van het incident, terwijl de kosten aan de zijde van Q. nihil werden begroot.

De zaak werd verwezen naar de rolzitting van 10 november 2010 voor het nemen van een conclusie van antwoord door de Staat, en verdere beslissingen werden aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en veroordeelt de Staat in de kosten van het incident.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 455394 CV EXPL 10-8665
Vonnis in het incident d.d. 13 oktober 2010
inzake
Q.,
wonende te Leeuwarden,
eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident, hierna Q. te noemen,
gemachtigde mr. D.J. Bomhof, advocaat te Leeuwarden,
tegen
de Staat der Nederlanden,
zetelende te 's-Gravenhage,
ten deze vertegenwoordigd door de Dienst Uitvoering Onderwijs, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zaakdoende/gevestigd te Groningen,
gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, hierna de Staat te noemen,
gemachtigde LAVG, gerechtsdeurwaarders te Groningen.
PROCESGANG
Q. is bij dagvaarding in verzet gekomen tegen een door de Staat tegen hem uitgevaardigd dwangbevel.
De Staat heeft een incidentele conclusie genomen houdende exceptie van onbevoegdheid.
Ondanks de daartoe geboden gelegenheid heeft Q. daar niet op gereageerd.
Vonnis is (nader) bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
In het incident
1. In artikel 4:123 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op de wijze als bepaald in artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tegen een dwangbevel kan worden opgekomen.
2. Lid 1 van artikel 438 lid 1 Rv Pro luidt als volgt:
Geschillen die in verband met een executie rijzen, worden gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, of in welker rechtsgebied de inbeslagneming plaatsvindt, zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of de executie zal geschieden.
3. Onder "gewone regels" wordt verstaan de bevoegdheidsregels genoemd in de artikelen 99 tot en met 109 Rv. Op grond van artikel 99 lid 1 Rv Pro is bevoegd de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij. In artikel 1:14 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat een persoon die een kantoor of een filiaal houdt, ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor of dit filiaal betreffen mede aldaar woonplaats heeft. Deze bepaling betreft zowel natuurlijke personen als rechtspersonen. Op grond van artikel 2:1 lid 1 BW Pro bezit ook de Staat rechtspersoonlijkheid.
4. De Dienst Uitvoering Onderwijs is, zo staat in het dwangbevel vermeld, een agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gevestigd in Groningen. Aldus houdt de Staat mede filiaal te Groningen. Omdat de Dienst Uitvoering Onderwijs het onderhavige dwangbevel heeft uitgevaardigd, is hier sprake van een aangelegenheid die dit filiaal betreft (artikel 1:14 BW Pro). De rechtbank Groningen is daarom mede bevoegd om van het geschil kennis te nemen.
5. De kantonrechter maakt onderdeel uit van deze rechtbank en is naar zijn oordeel daarom in executiegeschillen bevoegd in zaken waarin hij naar de gewone regels (artikel 93 Rv Pro) bevoegd zou zijn. Omdat het hier een vordering betreft met een beloop van minder dan € 5.000,00, acht de kantonrechter zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen.
6. Gezien de uitkomst van het incident komen de proceskosten daarvan voor rekening van de Staat. Omdat Q. in het incident niet heeft gereageerd, worden de kosten aan zijn zijde begroot op nihil.
In de hoofdzaak
7. De zaak zal worden verwezen naar de hierna te noemen rolzitting, op welke zitting de Staat een conclusie van antwoord kan nemen.
8. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
BESLISSING
De kantonrechter:
in het incident
verklaart zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen;
veroordeelt de Staat in de kosten van het incident, aan de zijde van Q. tot aan deze uitspraak vastgesteld op nihil;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 10 november 2010 voor het nemen van een conclusie van antwoord door de Staat;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.J. Smits, kantonrechter, en op 13 oktober 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
Typ: MH