ECLI:NL:RBGRO:2010:BO6853
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opdrachtgeverschap bij illegale afvaloverbrenging volgens EVOA
De rechtbank Groningen behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van vier gevallen van illegale grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen van Duitsland naar Nederland zonder correcte Bijlage VII-formulieren zoals vereist door de EVOA en de Wet milieubeheer.
De officier van justitie stelde dat verdachte als opdrachtgever verantwoordelijk was voor het naleven van de regelgeving omtrent afvaltransporten en eiste een geldboete. Verdachte werd verdedigd als tussenhandelaar zonder vrachtwagenpark, die niet de producent of ontdoener van het afval was en geen verantwoordelijkheid droeg voor het invullen van de formulieren.
De rechtbank oordeelde dat de verplichtingen uit de EVOA en Wet milieubeheer primair rusten op de feitelijke opdrachtgever in het land van verzending, de producent of ontdoener van het afval. Verdachte was civielrechtelijk wel opdrachtgever maar niet in de zin van de EVOA. Hierdoor kon verdachte niet worden gehouden aan de verplichtingen rond het Bijlage VII-formulier.
Op basis hiervan verklaarde de rechtbank de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van alle vier de feiten. De uitspraak benadrukt het belang van het traceren van de feitelijke producent voor milieuregelgeving en het zorgvuldig volgen van afvaltransporten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de verplichting tot het invullen en aanwezig zijn van het Bijlage VII-formulier rust op de producent in het land van herkomst, niet op verdachte als tussenhandelaar.