ECLI:NL:RBGRO:2010:BO7050

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
30 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
122697 FA RK 10-2758
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • D.A. Flinterman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot benoeming bijzondere curator voor minderjarige

Op 24 november 2010 is een verzoek ingediend bij de rechtbank Groningen tot benoeming van een bijzondere curator over een minderjarige, A., wiens ouders het gezag hebben. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 1:250 BW Pro, dat bepaalt dat een bijzondere curator alleen benoemd mag worden wanneer de belangen van de gezaghebbende ouders in strijd zijn met die van het kind en dit in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank overweegt dat de benoeming van een bijzondere curator slechts bij wezenlijke problemen kan plaatsvinden, mede ter bescherming van de privacy van de ouders. Het verzoek is niet bedoeld om een conflict tussen ouders op te lossen, waarvoor artikel 1:253a BW een speciale voorziening biedt.

Gezien deze overwegingen concludeert de rechtbank dat de situatie geen aanleiding geeft tot benoeming van een bijzondere curator. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De beschikking is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 november 2010.

Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 122697 FA RK 10-2758
beschikking d.d. 30 november 2010
inzake
* A., kind van:
verzoeker,
advocaat: mr. J.C. Lich,
en
verweerster,
advocaat: mr. P.B. Rietberg.
De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarige.
PROCESGANG
Op 24 november 2010 is ter griffie een verzoekschrift waarbij is verzocht een bijzondere curator over A. te benoemen.
Op 26 november 2010 is ter griffie een verweerschrift ontvangen.
OVERWEGINGEN
Op grond van artikel 1: 250 BW kan de rechtbank een bijzondere curator over een minderjarige benoemen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechter mag slechts tot benoeming van een bijzondere curator over gaan, indien dit in het belang van het kind noodzakelijk is, mede gezien de aard van de belangenstrijd. Daarmee is bedoeld tot uitdrukking te brengen dat slechts bij wezenlijke problemen een bijzondere curator kan worden benoemd. Dit ter bescherming van de privacy van de ouders, die door een dergelijke benoeming wordt geschonden. Het artikel is niet bedoeld om een conflict tussen de ouders op te lossen. Voor de gestelde problematiek is bovendien door de wetgever in artikel 1:253a BW een speciale voorziening getroffen.
Gezien het vorenstaande zal de rechtbank het onderhavige verzoek afwijzen.
BESLISSING
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 30 november 2010 in tegenwoordigheid van R. Hooites als griffier.