ECLI:NL:RBGRO:2010:BP0745
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Agema
- L.H.A.M. Voncken
- G. Eelsing
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens onvoldoende recidivegevaar
Betrokkene is sinds 2004 ter beschikking gesteld met dwangverpleging na een veroordeling voor een delict waarbij sprake was van mogelijke psychotische symptomen. Diverse deskundigenrapporten, waaronder van de kliniek De Pompestichting en het Pieter Baan Centrum (PBC), onderzochten de geestelijke gesteldheid en het recidivegevaar van betrokkene.
De kliniek adviseerde meerdere malen verlenging van de terbeschikkingstelling op basis van een diagnose van paranoïde schizofrenie en persoonlijkheidsstoornissen, met een verhoogd recidivegevaar. Externe deskundigen en het PBC voerden echter aan dat er onvoldoende bewijs is voor een chronische psychose en dat betrokkene vooral een gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens vertoont zonder stoornis. Het recidivegevaar werd door het PBC ingeschat als laag tot matig.
Tijdens de zitting bevestigden deskundigen van het PBC dat er geen aanwijzingen zijn voor psychotische kwetsbaarheid, maar wel voor alexithymie en een karakteristiek rechtlijnig denken. De kliniek handhaafde haar standpunt, maar kon de bevindingen van het PBC niet overtuigend weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat de veiligheid van anderen geen verlenging van de maatregel vereist en wees de vordering van de officier van justitie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging af vanwege onvoldoende recidivegevaar.