ECLI:NL:RBGRO:2010:BP0832
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- D.J. Klijn
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap en naamskeuze van minderjarige onder Burundisch recht
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek tot vaststelling van het vaderschap van een minderjarige geboren uit een relatie tussen een man en een vrouw, beiden met de Burundische nationaliteit. Gezien artikel 6 van Pro de Wet Conflictenrecht Afstamming (WCA) is het Burundische recht van toepassing, dat toestaat het vaderschap vast te stellen op basis van een schriftelijke erkenning door de man.
De vrouw overlegde een schriftelijke verklaring waarin de man het vaderschap erkende. Tijdens de zitting bevestigden beide partijen dat de man de biologische vader is. Vanwege het feit dat de vrouw en het kind Nederland moesten verlaten, besloot de rechtbank af te zien van een DNA-test. Tevens werd vastgesteld dat het kind de achternaam van de man zal dragen, conform de vrije naamskeuze onder het Burundische recht en de gezamenlijke verklaring van de ouders.
De rechtbank benoemde een bijzondere curator ter behartiging van de belangen van het kind en wees het verzoek tot vaststelling van het vaderschap toe. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap vast en bepaalt dat het kind de achternaam van de man draagt zonder DNA-test.