ECLI:NL:RBGRO:2010:BU1300
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer na bedrijfsongeval roldeur wegens onvoldoende bewijs
Werknemer Q. stelt dat hij op 23 januari 2006 tijdens werkzaamheden bij Heiploeg Seafoods B.V. een ongeval heeft gehad waarbij hij zijn hoofd stootte aan een roldeur, waarna hij gezondheidsklachten zoals tinnitus en concentratieproblemen ontwikkelde. Hij vordert schadevergoeding van zijn werkgever en roept daarnaast de installateurs van de roldeur in vrijwaring op.
Heiploeg betwist het ongeval en de omvang van de schade, wijst op tegenstrijdige verklaringen van Q. en stelt dat de roldeur aan alle veiligheidseisen voldeed. Ook de aansprakelijkheid van de installateurs wordt betwist vanwege het ontbreken van bewijs en de verjaring.
De kantonrechter oordeelt dat Q. onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het ongeval heeft plaatsgevonden zoals gesteld en dat er een causaal verband bestaat tussen het incident en zijn klachten. Daarom wordt aan Q. een bewijsopdracht verstrekt om dit alsnog aan te tonen. De zaak wordt verwezen naar een nieuwe zitting voor nadere bewijslevering. De vrijwaringszaak wordt eveneens aangehouden.
Uitkomst: Vordering werknemer afgewezen wegens onvoldoende bewijs, met bewijsopdracht en verwijzing naar nieuwe zitting.