ECLI:NL:RBGRO:2011:BP6592
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling startlening tussen vennoten wegens onvoldoende onderbouwing
A en B waren vennoten in een vennootschap onder firma die een uitgeverij dreef. De vennootschap had een startlening van €37.500 ontvangen van ING Bank. A had haar deel van de schuld vrijwel geheel voldaan en vorderde van B betaling van haar aandeel in de restschuld, incassokosten, advocaatkosten en rente.
B erkende haar aandeel in de startlening maar betwistte de gevorderde kosten en stelde dat de schuld volledig voldaan was. Zij vroeg tevens inzage in de specificatie van de vordering, welke A onvoldoende verstrekte.
De rechtbank oordeelde dat A niet aan haar stelplicht had voldaan omdat zij de vordering niet voldoende had toegelicht en onderbouwd met stukken. Hierdoor kon B zich niet adequaat verweren. De vordering werd daarom afgewezen en A werd veroordeeld in de proceskosten, welke nihil werden begroot omdat B geen kosten had gemaakt.
Uitkomst: De vordering van A tegen B wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de gevorderde bedragen.