ECLI:NL:RBGRO:2011:BP7367
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.R. van Baak-Klijnsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering doorbetaling loon bij ontbindende tijdsbepaling in seizoensarbeid
A was in dienst bij EWF op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met een ontbindende tijdsbepaling gekoppeld aan het einde van het teeltseizoen. Na beëindiging van het teeltseizoen op 18 oktober 2010 vorderde A doorbetaling van loon tot 23 december 2010, inclusief wettelijke verhoging en incassokosten, omdat hij meende dat het uitzendbeding niet van toepassing was na 26 weken arbeid.
EWF stelde dat de overeenkomst rechtsgeldig eindigde bij het einde van het teeltseizoen, zoals overeengekomen, en dat dit geen uitzendbeding maar een ontbindende tijdsbepaling betrof. De kantonrechter oordeelde dat het beding niet kwalificeert als een uitzendbeding en dat het einde van het teeltseizoen een objectief te bepalen gebeurtenis is die het contract beëindigt.
Gezien deze overwegingen is de vordering van A afgewezen en is hij veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter concludeerde dat er een gerede kans bestaat dat de bodemrechter hetzelfde zal oordelen en dat EWF niet gehouden is tot doorbetaling van loon na 18 oktober 2010.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van loon is afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigde bij het einde van het teeltseizoen.