ECLI:NL:RBGRO:2011:BP7516
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- J.P. Evenhuis
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Verklaring voor recht nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en minderjarige
De rechtbank Groningen heeft op 11 januari 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarbij verzoeker een verklaring voor recht vroeg dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen hem en zijn in Honduras geboren minderjarige dochter, zoals bedoeld in artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro.
Uit DNA-onderzoek is vastgesteld dat verzoeker de biologische vader is van de minderjarige. Verzoeker heeft de minderjarige financieel onderhouden, haar op een school ingeschreven en meerdere malen bezocht in Honduras, waar de minderjarige ook bij hem verbleef. De moeder heeft de voogdij aan verzoeker toegekend bij notariële akte.
De rechtbank oordeelt dat er voldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen verzoeker en de minderjarige. Hierdoor kan de erkenning die in Honduras is gedaan, ook naar Nederlands recht als rechtsgeldig worden erkend, tenzij dit kennelijk in strijd is met de openbare orde, wat hier niet het geval is.
De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart voor recht dat tussen verzoeker en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden in hoger beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat tussen verzoeker en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, waardoor de erkenning in Honduras ook in Nederland rechtsgeldig is.