ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2458
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag ondanks voorziening in Sociaal Plan
Q. was sinds 1977 in dienst bij de rechtsvoorganger van Ardyn en trad in 2008 bij Ardyn in dienst met behoud van anciënniteit. Door bedrijfseconomische redenen werd de afdeling financiën in Groningen opgeheven en verplaatst naar Houten, waardoor Q. boventallig werd verklaard. Zij kon de functie in Houten niet aannemen vanwege de grote afstand en persoonlijke omstandigheden.
Ardyn bood een andere functie aan, maar deze werd door Q. als niet passend beoordeeld. Het Sociaal Kader 2009 voorzag in een outplacementtraject en een vergoeding van vijf maandsalarissen bij beëindiging, maar bood geen compensatie voor inkomensachteruitgang bij acceptatie van een lagere functie. Q. kon geen passend werk vinden en vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op grond van artikel 7:681 BW Pro kennelijk onredelijk was omdat Ardyn onvoldoende tegemoet was gekomen aan de inkomensachteruitgang en beperkte herplaatsingsmogelijkheden. Ardyn werd veroordeeld tot betaling van €20.000 bruto schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Ardyn wordt veroordeeld tot betaling van €20.000 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.