ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ2462
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.R. van Baak-Klijnsma
- Rechtspraak.nl
Vordering achterstallig loon tegen twee vennootschappen met onduidelijkheid over juridische werkgever
Eiser Q. heeft zowel Industrial Modulair Piping Assemble Systems (IMPAS) B.V. als Marine Service Holding (MSH) B.V. gedagvaard wegens onduidelijkheid over wie zijn juridische werkgever is en vordert betaling van achterstallig loon.
IMPAS is failliet verklaard, waardoor de procedure tegen deze vennootschap is geschorst. MSH heeft geen formeel verweer gevoerd op de daartoe bepaalde roldatum, maar heeft in een akte gesteld dat zij de stellingen van IMPAS onderschrijft. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tegen MSH niet als niet betwist kan worden toegewezen, omdat uit de comparitie blijkt dat MSH zich wel degelijk verzet.
De zaak wordt verwezen naar een nieuwe roldatum voor conclusie van repliek van eiser tegen MSH. De procedure tegen IMPAS blijft geschorst. De kantonrechter houdt verdere beslissingen aan en wijst erop dat eiser aannemelijk moet maken dat MSH als werkgever gehouden is tot betaling.
Uitkomst: Procedure tegen failliete vennootschap geschorst; procedure tegen andere vennootschap voortgezet met eis tot loonbetaling.