ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ4790
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en onderzoek opvoedkundige capaciteiten ouders
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen die sinds februari 2010 in een pleeggezin verblijven. De kinderrechter heeft vastgesteld dat het psychologisch onderzoek geen hechtingsproblematiek of psychiatrische aandoeningen bij de kinderen heeft aangetoond. De kinderen vertonen positieve ontwikkelingen dankzij de intensieve begeleiding van de pleegouders.
De ouders wensen een opname met de kinderen in een 24-uurs voorziening, maar de WSJ en de kinderrechter achten dit momenteel niet in het belang van de kinderen. De ouders werken aan zichzelf en staan open voor een onderzoek naar hun pedagogische mogelijkheden, maar er is nog onvoldoende duidelijkheid over hun opvoedingscapaciteiten en het perspectief voor terugplaatsing.
De kinderrechter benadrukt het belang van een spoedig en grondig onderzoek naar de ouders, inclusief hun persoonlijkheid, verstandelijke vermogens en eventuele psychiatrische problematiek. Dit onderzoek moet duidelijkheid verschaffen over de mogelijkheden voor terugplaatsing en de benodigde hulpverlening. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling, met de verplichting voor de WSJ om binnen drie maanden schriftelijk te rapporteren over de voortgang van het onderzoek.
De beslissing is proportioneel en gerechtvaardigd als inmenging in het recht op gezinsleven, gezien het belang van de kinderen bij een veilige en verantwoorde opvoeding. De kinderrechter wijst erop dat er meer contact tussen ouders en kinderen moet zijn en dat beslissingen niet louter door tijdsverloop mogen worden bepaald.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling met een verplicht onderzoek naar de opvoedcapaciteiten van de ouders.