ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5310
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen Q. en Schipper&Meijerink vastgesteld
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen Q. en Schipper&Meijerink sprake was van een arbeidsovereenkomst. De rechtbank Groningen heeft in eerdere tussenvonnissen voorlopig aangenomen dat er een arbeidsovereenkomst zou kunnen zijn, maar Schipper&Meijerink mocht tegenbewijs leveren.
Uit getuigenverklaringen bleek dat de hogere koopprijs van de aandelen en de hogere huurprijs van het pand mede bedoeld waren als vergoeding voor de werkzaamheden die Q. zou verrichten. Dit tegenbewijs overtuigde de rechtbank, die oordeelde dat de afspraken niet strookten met een arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter wees ook de subsidiaire en uiterst subsidiaire vorderingen van Q. af, waaronder een vordering op basis van overeenkomst van opdracht en ongerechtvaardigde verrijking, omdat de vergoeding reeds was verwerkt in de koop- en huurprijs.
De voorwaardelijke reconventie van Schipper&Meijerink werd niet behandeld omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. Q. werd veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter B. van den Bosch op 28 april 2011.
Uitkomst: De vorderingen van Q. worden afgewezen omdat de vergoeding voor werkzaamheden is verwerkt in de koopprijs en huurprijs.