ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ5798
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en exoneratie bij overlijden van paard in stalovereenkomst
In deze zaak stond centraal de vraag of eiseres aansprakelijk kon worden gehouden voor het overlijden van het paard Wouter, dat bij haar in de weide stond. Gedaagde stelde dat eiseres het paard had verwaarloosd, terwijl eiseres zich beroept op een exoneratieclausule in de stalovereenkomst die stalling en weidegang op eigen risico stelt.
De rechtbank stelde vast dat het paard uiterlijk 1 november 2009 opgehaald had moeten worden, maar dat gedaagde dit naliet. Ondanks het ontbreken van een rechtstitel bleef het paard bij eiseres, die een zorgplicht had, maar deze beperkte zich tot de overeengekomen voorzieningen zoals weide, afrastering en water. Uit verklaringen van dierenartsen bleek dat het paard een acute infectie had en geen chronische ziekte, hetgeen de stelling van verwaarlozing door eiseres niet ondersteunde.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op de exoneratieclausule niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Hierdoor was eiseres niet aansprakelijk voor het overlijden van het paard. De vordering van eiseres tot betaling van facturen werd toegewezen, evenals de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en rente. De reconventionele vordering van gedaagde tot schadevergoeding werd afgewezen.
Ten slotte werd eiseres niet-ontvankelijk verklaard jegens een mede-eiser die niet partij was bij de overeenkomst. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van facturen en kosten, terwijl eiseres niet aansprakelijk is voor overlijden paard wegens exoneratieclausule.