ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8406
Rechtbank Groningen
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuurszaak wegens gebrek aan onpartijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. T.F. Bruinenberg, rechter in bestuurszaken, omdat deze niet zou hebben kenbaar gemaakt dat hij de behandelend rechter was in alle verzetszaken, verzoeker niet tijdig uitspraken ontving, mr. Bruinenberg verzoeker nooit in het gelijk stelde en zich denigrerend zou hebben uitgelaten over verzoeker en zijn bedrijf.
De rechtbank stelde een wrakingskamer in die het verzoek op 14 april 2011 behandelde, waarbij verzoeker en mr. Bruinenberg niet verschenen. De beoordeling vond plaats aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde gronden niet op de onderhavige zaak van toepassing waren, deels betrekking hadden op andere zaken en onvoldoende waren onderbouwd. Ook de subjectieve vrees van verzoeker was niet doorslaggevend. Er waren geen feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van mr. Bruinenberg aantasten.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand zoals die was bij het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 19 april 2011 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Bruinenberg wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van onpartijdigheidsschending.