ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8504
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van herziening WAO-uitkering en verrekening WAZ-uitkering met openstaande vordering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het UWV: de afwijzing van zijn verzoek tot herziening van de WAO-uitkering per 13 november 2009 en de verrekening van een nabetaling van de WAZ-uitkering met een openstaande vordering. De rechtbank heeft de geschillen samen behandeld.
Uit het arbeidskundig onderzoek blijkt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser onveranderd 80-100% bedraagt, maar dat hij onder toepassing van artikel 58 van Pro de WAZ als minder dan 25% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd tot 13 november 2009, waarna hij volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank oordeelt dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is afgewezen omdat niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 37, 39 en 39a van de WAO.
Ten aanzien van de verrekening stelt de rechtbank vast dat het UWV bevoegd was tot verrekening op grond van artikel 6:127 BW Pro in samenhang met artikel 4:93 Awb Pro. De rechtbank wijst het beroep af omdat geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel en het UWV rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet bij de verrekening. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en de besluiten van het UWV bevestigd.