ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9189
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring telefoonabonnementen wegens wilsgebrek en dwang bij verstandelijk beperkte
Intrum Justitia vordert betaling van openstaande facturen voor telefoonabonnementen die door [gedaagde], een verstandelijk beperkte vrouw, zijn afgesloten bij Vodafone via een telefoonwinkel. [gedaagde] stelt dat zij onder dwang en bedreiging door een derde is meegenomen naar de winkel en de abonnementen op haar naam zijn afgesloten zonder haar wil.
De kantonrechter gaat uit van de stelling dat [gedaagde] door dwang is aangezet tot het sluiten van de overeenkomsten en dat zij vanwege haar verstandelijke beperking niet in staat was haar wil te uiten. Vodafone had een onderzoeksplicht om te verifiëren of zij de overeenkomsten daadwerkelijk wilde aangaan, maar heeft dit niet gedaan.
Intrum Justitia kan zich niet beroepen op bescherming van artikel 3:35 BW Pro noch op artikel 3:44 lid 5 BW Pro, omdat de omstandigheden duidelijk maakten dat er sprake was van een wilsgebrek. De kantonrechter verklaart de overeenkomsten nietig en wijst de vordering af. Intrum Justitia wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Intrum Justitia wordt afgewezen wegens nietigheid van de abonnementsovereenkomsten door wilsgebrek en dwang.