ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9194
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Toestemming vervangende erkenning minderjarige bij weigering moeder
De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de erkenning van zijn minderjarige kind, nadat de moeder weigerde mee te werken aan een DNA-onderzoek dat de afstamming moest vaststellen. De rechtbank oordeelde dat vanwege het gebrek aan medewerking van de moeder de man geacht wordt de biologische vader te zijn.
De rechtbank overwoog dat erkenning niet in strijd is met de belangen van het kind of de moeder, aangezien geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die daarop wijzen. De belangenafweging vindt plaats aan de hand van vaste rechtspraak en de wettelijke bepalingen in artikel 1:204 lid 3 BW Pro.
De rechtbank gaf de man vervangende toestemming tot erkenning en legde de moeder de kosten van het DNA-onderzoek van € 50,- op. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen hiertegen binnen drie maanden hoger beroep instellen.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de man om zijn minderjarige kind te erkennen en veroordeelt de vrouw tot betaling van de DNA-onderzoekskosten.