ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9222
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator wegens ontbreken zwaarwegend belang bij concurrentiebeding na faillissement
De curator van de gefailleerde vennootschap JPB Industrial Services Stadskanaal B.V. vorderde dat de gedaagde zich zou houden aan het concurrentie- en relatiebeding uit zijn arbeidsovereenkomst en verzocht betaling van een boete wegens overtreding. De arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding dat een jaar na einde dienstverband van kracht bleef. Na faillissement van JPB Stadskanaal trad de gedaagde in dienst bij een concurrent, MCS.
De curator stelde dat het concurrentiebeding ondanks het faillissement bleef gelden en dat hij een zwaarwegend belang had bij naleving, mede omdat de activiteiten waren voortgezet door een zustermaatschappij. De gedaagde betwistte het bestaan van een zwaarwegend belang en voerde aan dat het concurrentiebeding door functiewijziging zwaarder op hem drukte en reeds was geëxpireerd.
De rechtbank oordeelde dat de curator onvoldoende zwaarwegend belang had gesteld en aangetoond, zoals vereist in faillissementssituaties volgens artikel 7:653 BW Pro. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het concurrentiebeding door functiewijziging zwaarder was gaan drukken. De curator had bovendien pas ruim na het einde van het dienstverband actie ondernomen. De vordering tot betaling van boetes wegens overtreding van het beding werd daarom afgewezen. De curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator af wegens ontbreken van een zwaarwegend belang bij handhaving van het concurrentiebeding na faillissement.