ECLI:NL:RBGRO:2011:BR5045
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering schorsing concurrentiebeding wegens onvoldoende geconcretiseerd belang werknemer
De werknemer, in dienst bij Boekholt, vorderde in kort geding de schorsing van het concurrentiebeding uit zijn arbeidsovereenkomst, totdat in een bodemprocedure hierover zou worden beslist. Hij stelde dat het beding hem belemmert een nieuwe werkgever te vinden.
Boekholt, onderdeel van de Stokvis Group, handhaaft het concurrentiebeding van één jaar na beëindiging van het dienstverband. De kantonrechter overwoog dat hoewel Boekholt een te respecteren belang heeft bij handhaving ter bescherming van haar marktpositie, de werknemer onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gesteld om zijn belang te onderbouwen.
De werknemer had geen specifieke functie of werkzaamheden bij een andere werkgever concreet gemaakt, waardoor een belangenafweging niet mogelijk was. Ook was de duur van het beding bewust overeengekomen. De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot schorsing niet toewijsbaar was en wees ook een voorschot op vergoeding af. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter weigert de schorsing van het concurrentiebeding en veroordeelt de werknemer in de proceskosten.