ECLI:NL:RBGRO:2011:BR5786
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Plaatsing minderjarige bij gezaghebbende vader op grond van art. 261 BW
De rechtbank Groningen heeft op 29 juli 2011 een beschikking gegeven inzake de uithuisplaatsing van een minderjarige bij de met gezag belaste vader. Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing werd gedaan door het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) vanwege de hardnekkige problematiek bij de moeder, waaronder een milde borderline-stoornis die consequenties heeft voor haar opvoedkundig handelen.
De moeder betwistte de noodzaak van plaatsing bij de vader en stelde dat zij zelf de opvoedingsverantwoordelijkheid kan dragen. Zij wees op positieve ontwikkelingen en stelde dat bjz onvoldoende onderzoek had gedaan en onjuiste stellingen hanteerde. De vader was bereid samen met zijn partner de opvoeding op zich te nemen en achtte de moeder ongeschikt.
De kinderrechter oordeelde dat de uithuisplaatsing bij de vader noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De rechtbank onderschreef het standpunt van bjz dat plaatsing bij de andere gezaghebbende ouder de voorkeur heeft boven een netwerkplaatsing bij familie van de moeder. De moeder dient ruimte te bieden voor het contact tussen vader en kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door hoger beroep.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de met gezag belaste vader voor de duur van de ondertoezichtstelling.