ECLI:NL:RBGRO:2011:BS8007

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
9 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
127648-FA RK 11-1485
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.W.Th. Buijtenhuijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 1:377b BWArt. 1:377e BWArt. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over omgangsregeling na conflict tussen ouders en minderjarige

De minderjarige A. heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 1:377g BW vanwege een conflict tussen haar ouders over de omgangsregeling met haar vader. De ouders zijn afzonderlijk gehoord, waarbij duidelijk werd dat zij niet in staat zijn constructief te overleggen, wat leidde tot een incident dat voor A. belastend was.

De rechtbank oordeelt dat de bestaande omgangsregeling niet gewijzigd hoeft te worden, maar voorlopig niet geëffectueerd zal worden totdat de gemoederen bedaard zijn. De ouders worden verplicht deskundige hulp in te schakelen om hun communicatie te verbeteren en herhaling van conflicten te voorkomen.

Daarnaast wordt vanuit de Raad voor de Kinderbescherming begeleiding en hulp aan A. gerealiseerd. Na stabilisatie kan met steun van hulpverleningsinstanties de omgangsregeling weer worden uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de wensen en gevoelens van A.

Uitkomst: De omgangsregeling wordt niet gewijzigd maar voorlopig niet uitgevoerd totdat de situatie verbetert.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 127648/FA RK 11-1485
beschikking d.d. 9 augustus 2011
inzake het verzoek ex artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (verder BW) van:
* de minderjarige A., kind van B. en C.
PROCESVERLOOP
Met de op 30 juni 2011 ter griffie ontvangen brief heeft A. gebruik gemaakt van de in artikel 1:377g BW geboden mogelijkheid om een ambtshalve beslissing van de rechtbank te verzoeken op de voet van de artikelen 1:377a of 1:377b BW, dan wel zodanige beslissing te wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW.
De rechtbank heeft A. op 14 juli 2011 gehoord.
Vader en moeder zijn op 28 juli 2011 afzonderlijk van elkaar gehoord.
Ter gelegenheid van het horen van vader was ook de heer D. Nowee namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, vestiging Groningen, aanwezig.
RECHTSOVERWEGINGEN
Een paar weken geleden is er een conflict ontstaan omdat [A.] er de voorkeur aan gaf het weekend met een vriendje door te brengen in plaats van bij haar vader in het kader van de bestaande omgangsregeling.
Vader was het hiermee volstrekt oneens. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een buitengewoon vervelend en betreurenswaardig incident bij de vrouw thuis ten overstaan van [A.].
Voor [A.] was dit incident aanleiding om haar verzoek in te dienen.
Zowel [A.] als haar ouders zijn door de rechtbank gehoord.
Duidelijk is geworden dat er met name bij vader onvrede heerst over het naleven van de door partijen in het kader van de mediation ter gelegenheid van de echtscheiding gemaakte afspraken en ook, dat partijen kennelijk niet in staat zijn om op een constructieve wijze met elkaar te overleggen en onderlinge geschillen net betrekking tot [A.] op te lossen, met uiteindelijk voornoemd conflict tot gevolg.
Vermeden moet worden dat [A.] in de toekomst nog eens zal worden geconfronteerd met een dergelijke gebeurtenis, die voor haar bijzonder belastend is geweest.
Van vader en moeder mag in het kader van de uitoefening van het ouderlijke gezag over [A.] worden verlangd dat zij hiertoe al het mogelijke in het werk zullen stellen.
Zij dienen daartoe deskundige hulp in te roepen, zodat hun onderlinge vertrouwen wordt hersteld en de communicatie over [A.] voortaan constructief gaat verlopen. Vanuit Bjz dient er ten behoeve van [A.] begeleiding en hulp te worden gerealiseerd.
Er is naar het oordeel van de rechtbank geen grond om de bestaande omgangsregeling tussen [A.] en vader te wijzigen, maar vooralsnog dient deze regeling niet te worden geëffectueerd. De gemoederen moeten eerst zijn bedaard. Vervolgens kan met steun van de ingeschakelde hulpverleningsinstantie(s) weer een begin worden gemaakt met de uitvoering van de omgangsregeling, zij het dat moet worden aangesloten bij de wensen en gevoelens van [A.].
BESLISSING
bepaalt dat - met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen - dat de bestaande omgangsregeling tussen [A.] en haar vader niet wordt gewijzigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.W.Th. Buijtenhuijs en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 9 augustus 2011, in tegenwoordigheid van G.D. Kuilman, griffier.