ECLI:NL:RBGRO:2011:BT2644
Rechtbank Groningen
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter wegens schijn van vooringenomenheid in voorlopige voorzieningen echtscheidingszaak
Verzoekster heeft mr. Flinterman gewraakt naar aanleiding van een voorlopige voorzieningenprocedure in een echtscheidingszaak waarin de voorlopige toevertrouwing van de kinderen centraal stond. De wraking werd ingesteld omdat verzoekster meende dat mr. Flinterman vooringenomen was, onder meer vanwege het baseren van haar oordeel op een brief van de ouders van verzoekster en het weigeren van overlegging van pleitnotities.
Mr. Flinterman stelde dat verzoekster voldoende gelegenheid had gekregen om haar standpunt naar voren te brengen en dat de opmerkingen over de schokkende passages in het verslag van de grootouders objectief bedoeld waren. De wrakingskamer oordeelde dat hoewel er geen bewijs was van daadwerkelijke vooringenomenheid, de combinatie van uitlatingen, het weigeren van pleitnotities en de tijdsdruk tijdens de zitting verzoekster het gevoel kon geven dat er sprake was van vooringenomenheid.
Op grond van vaste jurisprudentie werd geoordeeld dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren. De wrakingskamer vond dat de vrees van verzoekster objectief gerechtvaardigd was en wees het wrakingsverzoek toe. De behandeling van de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Flinterman wordt toegewezen vanwege een objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid, waarna de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.