ECLI:NL:RBGRO:2011:BT5860
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Stuiver
- P.H.M. Smeets
- D.M. Schuiling
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zaak diefstal met geweld en afpersing
Op 6 juni 2011 werd verdachte samen met een medeverdachte beschuldigd van diefstal met geweld en afpersing van een portemonnee van het slachtoffer in Groningen. De officier van justitie stelde dat verdachte medeplichtig was aan afpersing, onderbouwd met aangetroffen geld, strippenkaarten en letsel bij het slachtoffer. Verdachte ontkende de betrokkenheid en voerde een tegenverhaal.
De rechtbank constateerde dat de verklaringen van verdachte, medeverdachte en slachtoffer tegenstrijdig waren en dat het bewijs onvoldoende objectief was. Zo kon niet worden vastgesteld dat het bij medeverdachte aangetroffen geld en de strippenkaart afkomstig waren van het slachtoffer. Ook waren er onduidelijkheden over de reispatronen en het exacte verloop van de gebeurtenissen.
De rechtbank oordeelde dat de aangifte onvoldoende werd ondersteund door onafhankelijk bewijs en dat er te veel onduidelijkheden waren om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van diefstal met geweld en afpersing.