ECLI:NL:RBGRO:2011:BU1301
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer na bedrijfsongeval met roldeur wegens onvoldoende bewijs
In deze zaak vordert werknemer Q. schadevergoeding wegens een bedrijfsongeval waarbij hij naar eigen zeggen een roldeur op zijn hoofd heeft gekregen tijdens het werk bij Heiploeg Seafoods B.V. De rechtbank heeft Q. toegelaten tot bewijslevering, maar oordeelt dat zijn eigen verklaring onvoldoende geloofwaardig is zonder sterk aanvullend bewijs.
Diverse getuigen verklaren geen zicht te hebben gehad op het ongeval en bevestigen de toedracht niet. De verklaringen van familieleden van Q. zijn gebaseerd op wat zij van Q. zelf hebben gehoord, maar bieden geen direct bewijs. De leidinggevende van Q. kon geen bijzonderheden bevestigen en merkte geen hoofdwond op.
Medische rapporten tonen geen causaal verband tussen de klachten van Q. en het vermeende ongeval. Q. meldde zich pas drie weken na het incident ziek en medische adviseurs konden geen relatie leggen tussen de klachten en de roldeur.
De rechtbank concludeert dat Q. niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht en wijst zijn vorderingen af. Ook de vrijwaringsvorderingen van Heiploeg tegen derden worden afgewezen. De proceskosten worden verdeeld zoals in het vonnis vermeld.
Uitkomst: De vorderingen van werknemer Q. worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bedrijfsongeval en de schade.