ECLI:NL:RBGRO:2011:BU6493
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting ondanks aangifte en excuusbrief
Verdachte werd beschuldigd van verkrachting van aangeefster op 28 februari 2010 in Groningen. De officier van justitie baseerde zich op de aangifte van aangeefster, haar consistente verklaringen, verklaringen van getuigen over haar emotionele toestand, en een excuusbrief en sms'jes van verdachte. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van deze bewijzen en stelde dat het bewijs onvoldoende was voor een veroordeling.
De rechtbank oordeelde dat de aangifte onvoldoende werd ondersteund door objectief bewijs. De verklaringen over het binnendringen met tong en vingers waren tegenstrijdig of enkel afkomstig van aangeefster. De excuusbrief en sms'jes werden niet als bekentenis van verkrachting gezien, maar als pogingen van verdachte om de relatie te herstellen en zijn vriendin niet te informeren over het contact met aangeefster.
Verder concludeerde de rechtbank dat de emotionele toestand van aangeefster ook door andere factoren kon worden verklaard, zoals alcohol- en drugsgebruik en privéproblemen. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.