ECLI:NL:RBGRO:2011:BU7130

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
17 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
499232 CV EXPL 11-4531
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:123 AwbArt. 438 RvArt. 71 RvArtikel III lid 1 overgangs- en slotbepalingen vierde tranche Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid bij verzet tegen dwangbevel studiefinanciering en verwijzing naar civiele sector

Eiseres A is in verzet gekomen tegen een dwangbevel uitgevaardigd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) inzake studiefinanciering. DUO stelde een incidentele exceptie van onbevoegdheid in en verzocht om verwijzing naar de civiele sector van de rechtbank. De kantonrechter oordeelde dat op grond van de nieuwe bestuursrechtelijke regeling per 1 juli 2009 en het overgangsrecht de civiele sector bevoegd is voor dit executiegeschil.

De kantonrechter stelde vast dat het dwangbevel op 14 februari 2011 is uitgevaardigd, na inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor de nieuwe regeling van toepassing is. Volgens artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de rechtbank die naar gewone regels bevoegd is, kennis te nemen van het geschil. In tegenstelling tot eerdere uitspraken is de kantonrechter van oordeel dat de civiele sector bevoegd is, ongeacht de hoogte van het te innen bedrag.

Daarnaast constateerde de kantonrechter dat het exploot waarin het dwangbevel aan A is betekend, niet de wettelijk vereiste rechtsmiddelenclausule bevatte, wat aanleiding gaf om DUO te veroordelen in de kosten van het incident. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de civiele sector, waarbij een datum voor verdere behandeling werd vastgesteld en partijen werden gewezen op de noodzaak van advocaatbijstand voor het vervolg.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de civiele sector van de rechtbank.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 499232 CV EXPL 11-4531
Vonnis in het incident d.d. 17 november 2011
inzake
A,
wonende te [adres],
eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna A te noemen,
gemachtigde: mr. R. Blom, advocaat te Enschede,
tegen
het publiekrechtelijke lichaam de Staat der Nederlanden, Dienst Uitvoering Onderwijs, als rechtsopvolgster van de Informatie Beheer Groep,
gevestigd te Groningen,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna de DUO te noemen,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis, gerechtdeurwaarders & Incasso te Enschede.
PROCESGANG
A is bij dagvaarding in verzet gekomen tegen een door de DUO tegen haar uitgevaardigd dwangbevel. DUO heeft vervolgens een incidentele conclusie genomen houdende exceptie van onbevoegdheid, waarbij is verzocht om verwijzing naar de sector civiel van deze rechtbank. A heeft daarna een conclusie van antwoord in het incident genomen. Vervolgens is vonnis bepaald in het incident, waarvan de uitspraak is vastgesteld op heden.
OVERWEGINGEN
1. Per 1 juli 2009 is de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking getreden. Daarbij is een nieuwe titel 4.4. betreffende bestuursrechtelijke schulden ingevoegd. Uit het tweede lid van het in die titel vermelde artikel 4:123 Awb Pro volgt dat op de wijze als bepaald in artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tegen een dwangbevel kan worden opgekomen.
2. Artikel III lid 1 van de overgangs- en slotbepalingen van de vierde tranche van de Awb bepaalt dat op een verplichting tot betaling van een geldsom aan of door een bestuursorgaan die is vastgesteld of ontstaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van de vierde tranche van de Awb, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing is.
3. Onderhavig dwangbevel is op 14 februari 2011 - aldus na inwerkingtreding van de vierde tranche van de Awb - uitgevaardigd, zodat op grond van het overgangsrecht de nieuwe regeling van toepassing is.
4. Als hiervoor vermeld dient op grond van die nieuwe regeling voor de bevoegdheid in een geschil als het onderhavige artikel 438 Rv Pro te worden toegepast. Ingevolge laatstgenoemd artikel wordt een geschil gebracht voor de rechtbank die naar "de gewone regels" bevoegd zou zijn. Anders dan de uitspraak van 13 oktober 2010 van deze rechtbank waarnaar A verwijst, is de kantonrechter van oordeel dat nu het hier gaat om een executiegeschil de sector civiel van deze rechtbank - ongeacht de hoogte van het te innen bedrag - bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De zaak zal daarom op grond van artikel 71 Rv Pro worden verwezen naar de sector civiel recht van deze rechtbank ter verdere behandeling.
5. Niet gebleken is dat het exploot van 22 februari 2011, waarin het dwangbevel aan A is betekend, de rechtsmiddelenclausule als bedoeld in artikel 4:123 Awb Pro vermeldt. De kantonrechter ziet daarin aanleiding om DUO te veroordelen in de kosten van dit incident.
BESLISSING
De kantonrechter:
in het incident
- verklaart zich onbevoegd van de vordering van A kennis te nemen;
- veroordeelt DUO in de kosten van het incident, aan de zijde van A tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 60,00 voor salaris van de gemachtigde;
in de hoofdzaak
- verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de civiele sector van deze rechtbank;
- bepaalt dat de zaak wordt ingeschreven op de rol van woensdag 14 december 2011 om 10:00 uur;
- wijst partijen erop dat zij voor wat betreft het vervolg van deze procedure slechts door tussenkomst van een advocaat proceshandelingen kunnen verrichten.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. de Jong, kantonrechter, en op 17 november 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.