ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8334
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking onttrekkingsvergunning wegens ernstige overlast vanuit studentenpand
Verzoeker kreeg op 9 juni 2010 een onttrekkingsvergunning voor kamerverhuur van een pand in Groningen. Na diverse meldingen van ernstige overlast van omwonenden en politie, waaronder geluidsoverlast en rommel in tuinen, trok de gemeente de vergunning op 24 mei 2011 in. Verzoeker maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank overwoog dat verzoeker voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze te geven en dat er geen sprake was van vooringenomenheid bij de bezwaarcommissie.
De rechtbank oordeelde dat de overlast zodanig ernstig en structureel was dat het woon- en leefmilieu ernstig werd verstoord. De beleidsregels en de Huisvestingsverordening boden een wettelijke grondslag voor intrekking. Verzoekers stelling dat de intrekking ex nunc ongedaan moest worden gemaakt omdat de overlastveroorzakers inmiddels waren vertrokken, werd verworpen omdat het vertrouwen ontbrak dat dit blijvend zou zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank vond het besluit niet onredelijk en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken door voorzieningenrechter A. Houtman op 13 december 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de onttrekkingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.