ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8476
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na opvolgende tijdelijke contracten ondanks cao-afwijking
Q. trad in mei 2009 in dienst via een uitzendbureau en werd gedetacheerd bij [de stichting]. Zijn tijdelijke contracten werden meerdere malen verlengd, waarna hij in december 2010 en januari 2011 door [de stichting] benoemd werd tot conciërge op tijdelijke basis. Q. stelde dat op grond van artikel 7:668a BW zijn dienstverband na vijf opvolgende tijdelijke contracten voor onbepaalde tijd is geworden.
[De stichting] verweerde zich met een afwijkende cao-regeling die een langere termijn van 36 maanden hanteert alvorens een contract voor onbepaalde tijd ontstaat. De kantonrechter stelde vast dat de cao niet algemeen verbindend is verklaard en niet rechtstreeks op de arbeidsovereenkomst van toepassing is, mede omdat Q. geen lid is van een vakorganisatie die partij is bij de cao.
Ook ontbrak een incorporatiebeding in de arbeidsovereenkomsten die de cao van toepassing verklaart. Hierdoor geldt het wettelijke regime van artikel 7:668a BW. De arbeidsovereenkomst is daarom niet van rechtswege geëindigd per 1 augustus 2011. Q. heeft recht op wedertewerkstelling en doorbetaling van salaris, met een gematigde dwangsom en wettelijke verhoging. [De stichting] is veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst van Q. is voor onbepaalde tijd geworden en [de stichting] is veroordeeld tot wedertewerkstelling en doorbetaling van salaris.