ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9926

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
130932-HA RK 11-424
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 AwbArt. 8:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens termijnoverschrijding en misbruik van wrakingsmiddel

Verzoeker diende op 14 december 2011 een wrakingsverzoek in tegen mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechter in de bestuurssector van de rechtbank Groningen, in een lopende bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer AWB 11-995 WWB G).

De rechtbank stelde vast dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, omdat het verzoek niet binnen de termijn van artikel 8:16 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was gedaan. Het verzoek was gebaseerd op een beslissing van de griffier van 28 november 2011 en het gedrag van de rechter in een procedure die op 5 december 2011 was geëindigd, maar het verzoek werd pas op 14 december 2011 ingediend.

Daarnaast merkte de rechtbank op dat verzoeker herhaaldelijk soortgelijke wrakingsverzoeken had ingediend die steeds ongegrond waren verklaard. Dit werd gezien als misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom bepaalde de rechtbank dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet meer in behandeling zal worden genomen op grond van artikel 8:18 lid 4 Awb Pro.

De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en besloot dat de hoofdprocedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing werd op 23 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening en toekomstige wrakingsverzoeken worden niet meer in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 130932 / HA RK 11-424
Datum beslissing: 23 december 2011
Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. A.S. Venema-Dietvorst.
1. Procesverloop
1.1. Bij brief van 14 december 2011 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 11-995 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
1.2. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verzoeker ook in het recente verleden veelvuldig soortgelijke wrakingsverzoeken bij deze rechtbank heeft ingediend en dat die verzoeken telkens ongegrond zijn verklaard. De rechtbank verwijst daarbij onder meer naar de zaken met de volgende nummers: 129640/HA RK 11-343,126065/HA RK 11-131, 125938/HA RK 11-124, 125865/HA RK 11-119, 125330/HA RK 11-53.
2. De beoordeling
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zich baseert op een beslissing van de griffier d.d. 28 november 2011, aangaande het berekende griffierecht, en op het gedrag van de gewraakte rechter inzake de procedure AWB 11-800 welke procedure door beschikking van 5 december 2011 (verzenddatum 8 december 2011) is geëindigd. Het wrakingsverzoek dateert van 14 december 2011.
Artikel 8:16 lid 1 Algemene Pro wet bestuursrecht luidt: het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoekschrift niet aan dit vereiste voldoet.
Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
De rechtbank overweegt met betrekking tot een eventueel volgend wrakingsverzoek het volgende. Het is de rechtbank ambtshalve gebleken dat verzoeker herhaaldelijk verzoeken indient die niet voldoen aan de norm. In dat licht moet het ervoor worden gehouden dat sprake is van misbruik van het middel van wraking. Gelet hierop acht de rechtbank termen aanwezig te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking op de voet van artikel 8:18 lid 4 Awb Pro niet in behandeling zal worden genomen.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 11-995 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker,
mr. A.S. Venema-Dietvorst en het College van Burgemeester en Wethouders Groningen, Dienst SOZAWE,
3.4. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, G. Tangenberg en S.M. Schothorst, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 decenber 2011.
kb