ECLI:NL:RBGRO:2011:BV0228
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- J.P. Evenhuis
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap op grond van Somalisch recht
De vrouw, afkomstig uit Somalië en woonachtig in Nederland, verzoekt de rechtbank om haar ontkenning van het vaderschap van de heer B. van haar minderjarige kind C. gegrond te verklaren. De vrouw is in Somalië gehuwd geweest met de heer B., die in oktober 2009 tijdens oorlogshandelingen in Somalië is overleden. Het kind C. is geboren binnen 180 dagen na het overlijden van de heer B., wat volgens Somalisch recht betekent dat hij niet de juridische vader is.
De rechtbank stelt vast dat Somalisch recht van toepassing is op de vraag of het vaderschap kan worden ontkend, omdat de nationaliteit van de ouders Somalisch is. Somalië kent geen regeling voor onwettige kinderen, waardoor het traditionele islamitische recht wordt toegepast. Dit recht bepaalt dat een kind binnen 180 dagen na het overlijden van de echtgenoot niet als wettig kind van deze echtgenoot wordt beschouwd.
De vrouw woont sinds april 2009 in Nederland en heeft sindsdien geen contact meer gehad met de heer B. De belanghebbende, met wie zij een LAT-relatie heeft, is de biologische vader van het kind en wil het kind erkennen. De rechtbank oordeelt dat de vrouw geen belang heeft bij haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap, omdat de heer B. volgens Somalisch recht niet de juridische vader is. De vrouw kan de geboorteakte laten verbeteren op grond van de Nederlandse wet.
De rechtbank wijst het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap af, met inachtneming van de omstandigheden en het toepasselijke recht.
Uitkomst: Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap is afgewezen.